Gravelen in de Alpes Vaudoises – tussen bergpassen, bossen en glinsterende meren

De ochtendlucht is nog fris als ik in Gryon mijn been over mijn gravelbike zwaai. Boven me glinsteren de toppen van de Alpes Vaudoises in het eerste zonlicht, alsof ze me persoonlijk welkom heten. De klim begint meteen buiten het dorpscentrum, waar houten chalets baden in het ochtendlicht en de geur van dennen de lucht vult. Ik zet koers richting Solalex—een gehucht dat klinkt als een goed bewaard geheim. Voor me liggen onbekende paden, steile cols en pittige afdalingen.

Een plan met Luca

In de prachtige Tea Room Charlet bespreken we – onder het genot van koffie en gebak – met ‘gids-voor-deze-dag’ Luca Gadotti het plan. Dat plan is behoorlijk eenvoudig: we doen een variant op een van de uitgewerkte gravelroutes, de Col de la Croix—een klassieker in de streek. Met voormalig eliterenner Luca kunnen we ons geen betere bikeguide voorstellen. Niet alleen is hij topfit en dagelijks bezig om fietsen in de regio naar een hoger niveau te tillen, hij kent als local ook elk paadje op zijn duimpje.

De Alpes Vaudoises: bergen met karakter

De Alpes Vaudoises vormen het zuidoostelijke bergmassief van het Zwitserse kanton Vaud, een van de grootste en meest veelzijdige kantons. De streek strekt zich uit van het Meer van Genève tot de toppen van Les Diablerets. Vaud staat bekend om zijn contrasten: levendige steden als Lausanne en Montreux aan het water, rustige bergdorpen hogerop. Hier vloeien cultuur, gastronomie en outdoor naadloos in elkaar over. Je vindt er terrassen met fonkelende wijnglazen én boerenmarkten waar lokale kazen rechtstreeks van de alpenweide komen. Hier wordt Frans gesproken, wijn verbouwd en kaas gerijpt… maar net zo goed fanatiek geskied, gewandeld en gefietst.

De Alpes Vaudoises zijn het decor van charmante dorpen als Villars, Gryon, Pays-d’Enhaut en Les Diablerets, en vormen tegelijk een van de best toegankelijke bergregio’s in Zwitserland. Vanuit Lausanne ben je in anderhalf uur met de trein in Villars, en met de auto hoef je niet over halsbrekende bergpassen—al lonken die natuurlijk wel voor wie fietsend komt.

Perfect terrein voor gravel

De regio barst van de onverharde landwegen, brede bospaden en verlaten bergwegen die net te ruig zijn voor een racefiets en net te soepel voor een mountainbike. Het netwerk van paden ontstond uit eeuwenoude routes tussen boerderijen, alpenweiden en bergpassen. Precies dat maakt gravelen in deze streek zo bijzonder: je rijdt letterlijk door het landschap zoals het altijd al is geweest—alleen nu met carbon frame, schijfremmen en tubeless banden. En het mooie: je hoeft die schoonheid niet met velen te delen. De paden zijn rustig en het uitzicht op de besneeuwde toppen is nooit ver weg.

Alpine gravel

We zetten koers voor de eerste – maar zeker niet de laatste – klim van de dag. Over het asfalt bollen de eerste kilometers vlot weg, tot het landschap verandert en het woud plaatsmaakt voor alpenweiden en weidse uitzichten. Koeien en geiten kleuren het decor aan de voet van de indrukwekkende Miroir d’Argentine, een steile kalkwand die zijn naam dankt aan het zilvergrijze licht dat erop weerkaatst. Hier ligt ook de gezellige Refuge de Solalex en het sfeervolle hotel, Miroir d’Argentine. Mocht je al nood hebben aan een pauze: een stevig stuk gâteau maison is nooit een slecht idee—je benen zullen je later dankbaar zijn. De wind heeft een vreemde gloed, afkomstig van bosbranden in Canada, overheen de bergen gestrooid.

Onze klim zit er nog niet op. We ruilen het asfalt in voor pure bergweggetjes, grote stenen, boomwortels en uitzichten die nooit gaan vervelen. We rijden doorheen het skigebied van Villars, passeren het Lac de Frience en proberen onmogelijke klimmetjes toch tot een goed einde te brengen. Het woord ‘gravel’ kent voor Luca duidelijk een andere invulling dan voor ons. Waar wij gravel associëren met vlot bollende grindwegels, houdt Luca wel van een stevige technische uitdaging. “Alpine gravel,” noemt hij het liefkozend. En zo komt het dat we ons plots op een deel van een downhilltrack bevinden. We nemen kombochten, tables en bescheiden drops. Aan de rock garden klikken we voor alle zekerheid toch even een voetje los.

Van gehucht naar gehucht

De klim doorheen een prachtig woud naar het pittoreske gehucht Taveyanne loopt behoorlijk vlot. Een dertigtal alpenhutten met leistenen daken en een waterfontein waar we verkoeling zoeken—Taveyanne verovert meteen een plaats in mijn avontuurlijke hart. Omdat het dorp niet is aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, zijn de meeste gebouwen enkel in de zomer bewoond.

De lunch roept. De afdaling naar Villars-sur-Ollon is een waar genot: breed, overzichtelijk, met genoeg bochten om het leuk te houden. In het Chalet Royalp Hôtel & Spa wacht een welverdiende lunch op niveau. Dit is geen doorsnee berghotel, maar een charmante mix van alpine elegantie en warme gastvrijheid. We genieten van lokaal geïnspireerde gerechten en een heerlijk glas frisse Chasselas, de witte wijn van de streek. General manager Egbert Buursink, een uitgeweken Nederlander en goede vriend van Luca, is zelf een begenadigd fietser. De bediening is vriendelijk, de porties genereus, en je fiets mag gewoon in de bike garage—ze zijn hier gewend aan sportieve gasten.

Van lunch naar lus

Soms is enige flexibiliteit aangewezen. Genieten van een heerlijke lunch duurt net iets langer dan gepland. Maar we zijn in Zwitserland. Daar is elk dorpje met het openbaar vervoer bereikbaar. Vlak bij het Chalet Royalp nemen we een bergtreintje, dat spaart alvast een hoop zweet. Op de Col de Bretaye springen we opnieuw op onze gravelbikes, klaar voor een visueel verbluffende lus rond het Lac des Chavonne, een idyllisch pareltje voor gravelbikers op zoek naar avontuur en uitzicht.

De route rond het meer is afwisselend: grind, aarde, boomwortels en gras. Bij helder weer weerspiegelt de blauwe lucht in het meeroppervlak. Ons lusje zit erop, tijd voor het laatste deel van de dag: de afdaling naar Gryon.

Final descent

Luca zou Luca niet zijn als hij niet nog ergens een paar heerlijk technische singletracks wist liggen. Het is afzien en kicken tegelijk. Het pad wisselt tussen grind en verharde stukken, en voert langs alpenhutten, lariksbossen en uitzichten die steeds spectaculair blijven. Moe maar voldaan rollen we uiteindelijk het centrum van Gryon weer binnen. Tijd voor een drankje. Of een nieuwe afspraak met Luca. Want dit smaakt naar meer.

Van gletsjer tot glooiende alpen: van Les Diablerets tot de regio Pays-d’Enhaut

Ontmoeting met een ingeweken ‘local’

Deze ochtend hebben we afspraak met Lilie Rumpf, Amerikaans van origine maar al jaren met hart en ziel verbonden aan dit deel van Zwitserland. De avond voordien maakten we de verplaatsing van Gryon naar Les Diablerets.
De ochtendzon laat de gletsjer boven het dorp fonkelen. Les Diablerets ligt nog in de schaduw van de bergen, maar er hangt een belofte in de lucht—van een lange, stille klim, van uitzichten die alleen voor wie trapt zichtbaar worden. Het is zo’n plek waar je het gevoel hebt dat je midden in de bergen leeft, in plaats van er alleen maar naar te kijken. Rustig, ingetogen, en omringd door rots en sneeuw, zelfs in de zomer.

In cadans het dal uit

We vertrekken via de oude bergwegen die het dal uit slingeren, weg van het massief, de verte tegemoet. De eerste kilometers lopen vlot, al voelt het asfalt al snel als een luxe die we straks zullen moeten missen. Wat volgt is een mengeling van grind, aarde, gras en een eindeloze cadans van klimmen.

Langs de flanken van de bergen ontvouwt zich een panorama dat voortdurend verandert: aan de rechterkant zien we de witte toppen van de Diablerets-groep, achter ons het Vallée des Ormonts dat zich als een groene vallei uitstrekt tot Aigle, en voor ons niets dan heuvels en bergkammen.

Over de Col des Mosses

We klimmen gestaag richting de Col des Mosses—een zachte bergpas op 1445 meter die het Ormonts- en het Pays-d’Enhaut-dal met elkaar verbindt. De Col des Mosses is een plek waar de wereld open lijkt te breken. Het landschap is weids en rustgevend, met uitgestrekte weiden, grazende koeien en houten chalets die verspreid liggen als stippen in het groen.

Naar Mont Chevreuils

De klim naar Mont Chevreuils is verraderlijk. Niet alleen door de steilte, maar ook door de ondergrond: grof grind, af en toe een modderige geul, boomwortels die de boel blokkeren. Maar wat een plek. Het is tijd om even te ademen. Niet omdat je buiten adem bent—al is dat waarschijnlijk ook zo—maar omdat het uitzicht je dwingt om stil te staan.

Bovenop Mont Chevreuils—het “geitenbergje”—openbaart zich een onwaarschijnlijk panorama. Wat je hier ziet, is groots: het meer van L’Hongrin in de diepte, de toppen van de Vaudoise en Fribourgse Alpen aan de horizon, en daaronder niets dan rust. In de gelijknamige cabane doen we nieuwe krachten op.

Afwisselend naar beneden

De afdaling richting Château-d’Oex is afwisselend. Soms breed en meanderend, dan weer over rotsachtige en steile paden, om vervolgens via grashellingen en houten stallen—die eruitzien alsof ze uit een ansichtkaart zijn geknipt—de weg verder te zetten. De lucht wordt warmer, het dal opent zich, en het landschap verandert langzaam van ruig naar vriendelijk.

Eenmaal in de vallei volgen we een tijdje de rivier, de Saanen. Op een ietwat verborgen boerderij genieten we van zelfgemaakt ijs. De laatste loodjes kondigen zich aan.

Eindpunt met flair

Château-d’Oex ligt daar als een verrassing—met zijn houten huizen, bloemrijke balkons en die typische sfeer van een dorp waar tijd niet echt haast heeft. Je voelt hier de invloed van de Franstalige Zwitserse bergcultuur, gemengd met een tikje internationale flair dankzij de ballonvaartgeschiedenis en zomertoeristen die voor rust en natuur komen.

Ik eindig de rit op een terrasje in het centrum, met een koud drankje en uitzicht op de kerk en de bergen die ik net heb doorkruist. Het lichaam voelt moe, maar de geest is helder.


Deze tocht—van gletsjer naar glooiende alpen, van ruig naar zacht, van stilte naar dorp—vat alles samen wat gravelbiken in Vaud zo bijzonder maakt. Niet de snelheid telt, maar de diepte van het landschap. En die heb ik vandaag ten volle gevoeld. Geen auto’s, geen drukte—alleen ons groepje, mijn gravelbike en de bergen die me uitnodigen om te ontdekken. Dit is waarom je fietst: vrijheid, frisse lucht en het gevoel dat elke kilometer telt. Gravelbiken in de Alpes Vaudoises is niet zomaar fietsen—het is een avontuur tussen bergmeren, alpenweiden en gastvrije dorpen, waar elke bocht een nieuw panorama onthult en elke tussenstop een verhaal vertelt.

Wat deze regio uniek maakt, is de combinatie van sportieve uitdaging en authentieke Zwitserse sfeer. Onderweg passeer je traditionele bergdorpen, koeien met bellen en uitnodigende berghutten waar lokale kazen en wijnen op je wachten. De goed onderhouden infrastructuur en de gastvrijheid van de streek maken het bovendien eenvoudig om je tocht te plannen, of je nu een dagtrip maakt of een meerdaagse expeditie plant.

Praktisch

Een degelijke gravelbike met banden van minstens 35 millimeter is zeker aan te raden. Wij reden zelf met een fonkelnieuwe BMC Kaius 01, een gravelracer die zich prima in zijn nopjes voelt op deze paden. 

Op sommige stukken is de route technisch behoorlijk uitdagend. Een degelijke basisconditie met voldoende klimkilometers in de benen is zeker geen overbodige luxe.

En onderweg? Neem vooral je tijd. Pauzeer bij een kaasboerderij, bewonder de houten gevels in Gryon, en drink een koffie op een terras met uitzicht op de Dents du Midi.

De Alpes Vaudoises zijn uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer: vanuit Lausanne of Genève reis je in ruim een uur naar Aigle, waar je overstapt op de schilderachtige tandradbaan naar Gryon of Villars.

De regio biedt een breed scala aan accommodaties, van eenvoudige berghutten tot luxe hotels met wellnessfaciliteiten.

Meer info: https://www.alpesvaudoises.ch/fr

TAGS:
Datum:
Auteur:
Fotograaf:

Lees ook

EK Gravel 2027 wordt georganiseerd in Finland

Het hing al een poosje in de lucht, maar het nieuws is nu officieel bekendgemaakt. De Finse stad Lahti zal op 31 juli en 1 augustus 2027 de UEC European Championships Gravel verwelkomen.

Kwalificeer je tijdens 45 events voor het UCI WK Gravel 2026

De kalender van de UCI Gravel World Series is officieel bekend. Niet enkel wordt Panaracer titelsponsor van de reeks, ze breidt ook komend jaar weer flink uit met 14 events. De teller staat zo op 45 kwalificatiekoersen waaraan je wereldwijd kan deelnemen om je te plaatsen voor het WK Gravel in oktober 2026 in Nannup, Australië.

Gravelen met Greg op Black Friday

Op vrijdag 28 november kan je met Grinta! en Club 9000 een uurtje of 2 gravelen in het gezelschap van Greg Van Avermaet. Aansluitend volgt een interview met Gouden Greg én koopjesavond in Kaffee Allez en All Athletes.