Er zijn plekken in België waar je niet zomaar fietst, maar waar je verdwijnt in een verhaal. In het zuiden van Namen ligt een land dat tegelijk oeroud en nieuw voelt. Een dubbele lus, een dubbele mythe, een dubbele reden om je fiets te nemen en te verdwijnen in deze saga van 165 kilometer. Snelle grindbanen, trage oerwoudpaden, vergeten grensovergangen, kasteelhoeves.
Route, tekst en foto’s: Pieter Stockmans
Vijf jaar geleden werd ik in Viroinval op sleeptouw genomen door Rob Van den Noortgate, jonge mountainbiker, wereldreiziger. Wat volgde was een openbaring. Twee jaar later kreeg dit gebied zijn erkenning als deel van een nieuw Nationaal Park. De Fagne, ten noorden van Viroinval, had ik enkel nog maar op de koersfiets doorkruist.
Afgelopen zomer keerde ik terug om een bikepackingroute af te werken. Nieuwe paden, nieuwe grindostrades, nieuwe doorgangen langs de grens. Ooit zal ‘Vergeten Belgisch-Franse grenslanden’ hier bij Grit! verschijnen. Maar nu is er al dit voorsmaakje uit de Viroinval en de Fagne.
Wat als Viroinval en de Fagne elkaar ontmoeten in één magistrale dubbelroute? Twee lussen, samen 165 km en meer dan 2000 hoogtemeters. Een route voor lange zomerdagen waarop alles mogelijk is, of voor nazomerdagen waarop je gelooft dat alles nog steeds kan.
Op de kortere dagen van de herfst en de winter kan je de beide lussen apart rijden. In de herfst ontploffen beide streken in magistrale kleuren en in de winter is het hier nog stiller dan stil. Eén ding is zeker: je wordt ondergedompeld in een verhaal. De hoofdstukken luisteren naar dorpsnamen die je nooit eerder hoorde.
(Lees verder onder de foto’s)



De openingszet is meteen een wapenfeit: vier kilometer klimmen vanuit Petigny, een slingerende grindweg die het bos in trekt en je naar het stuwmeer Ry de Rome voert. ‘Col de Ry de Rome’, geef toe, het klinkt alsof het al honderd jaar in de koerskalender staat.
Boven wacht een horizon vol bossen. De afdaling is verleidelijk, maar de stenen zijn scherp. Overmoed is hier een slechte metgezel.
(Lees verder onder de foto)

Bij Gue d’Hossus, ooit grensovergang, nu vergeten uithoek, begint na een paar kilometer kaarsrecht asfalt een fenomeen van een grindweg. In de zomer reed ik hem omhoog en dacht: “Wat als je deze naar beneden zou rijden?” Dat doe je dus in deze route. Tien kilometer perfect grind, flauwe daling van -3%, rechte stukken, sierlijke bochten. Een passage die je cadans verandert in een metronoom.
Plots: U‑bocht, het oerwoud in. Wat een contrast! Smalle en ruwe paden, bomen in alle groeivormen, riviertjes. Na het woud duik je Oignies binnen, het eerste pittoreske Viroinval‑dorp. Daarna volgt nog een contrast: een razendsnelle asfaltafdaling naar de Viroinval-vallei. Pure euforie aan 50 km/u.
(Lees verder onder de foto’s)



In Olloy klim je de noordwand van de vallei op, door Parc Naturel Viroin-Hermeton. Droompaden, stille bossen, een vergeten spoorlijn. Maar vooral Fondry des Chiens doet je mond openvallen van verbazing, zoals ooit deze grotten openvielen en een mini‑canyon achterlieten. Uniek in België.
Na een klim over de heide en een duik richting de rotsen van Dourbes begint hoofdstuk 2: de Fagne, een land van kleine, vergeten dorpen uit blauwe natuursteen verspreid als eilandjes in een zee van groen. Kerken en abdijen zijn reuzen in dit land van lilliputters.
Wat als ik tussen twaalf dorpen op zoek ga naar de mooiste grindwegen? Een gravelroute dwars door de geschiedenis. Off-roadpercentage: zeer hoog, de tot grind herleide asfaltwegen meegerekend.
(Lees verder onder de foto’s)



Een long and winding road slingert de verte in, gevolgd door een eindeloze grindweg door een Kempens aandoend naaldbos. Je vliegt Romerée binnen met zicht op de kerktoren.
Maar ik reed Romerée niet in één keer door. Ik daalde af en vond nóg een prachtige grindweg. De omweg werd groter, maar de route werd mooier. Zoals dat gaat.
(Lees verder onder de foto’s)


Weer een lange rechte grindweg, op en neer door het bos. Merlemont is het hoogtepunt: een klim tussen natuurstenen huisjes, langs kerk en versterkte hoeve. Binnen moet het pracht en praal zijn, maar dat zie je niet. De plek spreekt boekdelen over de macht van de grootgrondbezitters van weleer.
(Lees verder onder de foto’s)


Merlemont uitrijden is een belevenis. Je duikt een valleitje in, met achter je de scherpe kasteeltorens. Daarna eindeloze grindwegen tot Sautour, een parel op een heuvel.
Op een plateau zag ik een nóg mooiere grindstrook linksaf naar beneden duiken. Oké, die neem ik. In de vallei verscheen het uitzicht op Château-ferme de Samart, een versterkte kasteelhoeve uit de 11e eeuw.
(Lees verder onder de foto’s)


Een ruig tunnelpad tussen naaldbomen en appelbomen leidt naar een snelle grindweg met verre uitzichten. De kerk van Senzeille is de volgende vuurtoren in groene zeeën. Achter Senzeille begint een zinderende lus van 13 km langs een uithoek van de Lacs de l’Eau d’Heure.
(Lees verder onder de foto’s)

Nog meer grindwegen door velden en bossen. Halverwege: Carrière de Beauchâteau, verticale rotswanden, perfect afgesneden. Een inkijk in de industriële geschiedenis. Tot Roly is het klimmen en dalen op asfalt. Een voorbereiding op de laatste duik in de wildernis.
(Lees verder onder de foto)

Een grindbeklimming door verborgen velden en bossen, een kaarsrechte ruwe grindweg met dikke keien, en dan de afdaling naar Fagnolle. Nog een versterkt kasteel, nog een grensverdediging, nog een verhaal.
Door het dorp klimt een smalle weg omhoog. Aan de kerk begint een pad door het bos dat na vier kilometer opnieuw uitmondt in Matagne. Van daar ben je in geen tijd terug in Mariembourg.
(Lees verder onder de foto)

Praktisch
Bevoorrading
Tips


