Gravel mag dan nog altijd een vrij recente discipline zijn, Ridley was er wel als een van de eerste Europese fietsfabrikanten bij toen de trein aan het rollen ging. Ergens wel logisch want het bedrijf van Jochim Aerts had al jarenlang ervaring in de cyclocross zodat het brugje richting gravel snel gebouwd was. Ridley stelde met de X-Trail in 2015 zijn eerste gravelbike voor, intussen is het gamma enorm geëvolueerd. “Onze gravel line-up is momenteel groter dan ons aanbod racefietsen en we verkopen ook meer gravelbikes dan koersfietsen, logisch dus dat gravel voor ons heel belangrijk is”, zegt Senior Product Manager Bert Kenens.
Drie platforms
Is de Ridley line-up voor aardig wat gravelliefhebbers niet echt overzichtelijk, dan vat Kenens het graag even samen. “Binnen het gravelaanbod kan je de fietsen opdelen in Performance, Adventure en Allroad. Dat zijn drie aparte platforms met elk een eigen geometrie”, aldus Kenens. De Kanzo Fast die Ridley in 2020 lanceerde was eigenlijk een Noah Fast aerofiets met ruimte voor bredere banden. “Merk op dat die Kanzo Fast ook al enkel compatibel was met aandrijvingen met één kettingblad. Dat moesten we in 2020 nog uitleggen aan de klanten, maar kijk waar de markt nu staat”, gniffelt de productmanager. Niet alleen zijn we intussen in het gravelwereldje gewend aan one-by setups, ook aan de steeds breder wordende banden geraken we stukje bij beetje gewend. In de Kanzo Fast 2.0 past rubber tot 58 mm, da’s zowaar nog een millimeter breder dan wat je in de Canyon Grail propt. Kenens: “In 2025 nam ik deel aan Traka op een Astr RS met 2,2” mountainbikebanden. Dat past officieel niet, maar ik wou uitzoeken of die brede banden werken en een meerwaarde bieden. Die test overtuigde mij en in 2026 stond ik opnieuw aan de start van Traka, deze keer op een Kanzo Fast 2.0 preproductiemodel.”
(Lees verder onder de foto’s)


De Kanzo Fast 2.0 neemt flink wat buisvormen over van de Noah Fast van de jongste generatie. De ver naar achteren doorgetrokken balhoofdbuis vind je mooi of niet, functioneel is ze wel om de lucht langs het frame te leiden. De onderbuis verdeelt de wind die vanaf het voorwiel komt rond de klassieke bidons, in de onderbuis zit een opbergvakje. “Dat zit bewust niet onder de bidonhouder. Veel fietsfabrikanten monteren de bidonhouder op het deksel van het opbergvak. Wij doen dat opzettelijk niet, we willen niet dat na verloop van tijd de boel begint te rammelen – een 750 ml bidon weegt tenslotte driekwart kilo – en je finaal dat deksel dreigt te verliezen”, verduidelijkt Bert Kenens.

Enkel draadloos
De zadelpen is een aero exemplaar en op de bovenbuis vind je onder een afdekkapje schroefdraad om een tasje te monteren. Da’s allemaal leuk en aardig, essentieel is dat de Kanzo Fast 2.0 ontwikkeld is rond brede banden en dan moet je als designer wel eventjes aan de bak. Want je wil de liggende achtervork ondanks die monsterachtig grote banden zo kort mogelijk houden om de fiets kwiek te laten accelereren. Dan resten je weinig opties dan de zitbuis heel steil in het frame te zetten (74,5° in het geval van de Kanzo Fast 2.0) en moet je een oplossing zien te vinden om ruimte te creëren voor de aandrijving. Ridley nam daar drastische maatregelen want net als de Kanzo Fast van de eerste generatie is de Kanzo Fast 2.0 enkel compatibel met one-by aandrijvingen, weliswaar met de mogelijkheid om een kettingblad tot 56 tanden te gebruiken. Da’s voor de sterke jongens. Dat er geen mechanische groepsets meer gebruikt kunnen worden is bijna logisch, in het geval van de Kanzo Fast 2.0 is elektronisch schakelen met een draad ook niet meer mogelijk. “De rechter liggende achtervork is bijna helemaal dicht, daar krijg je echt geen stroomdraad meer doorheen”, schetst Kenens de technische reden. Dat een bijna volle liggende achtervork het comfort niet ten goede komt, ontkent Kenens niet. Al geeft hij als tegenargument dat de brede banden sowieso voor een surplus aan comfort zorgen.

Misleidende reach
Terug naar de geometrie want daar is nog wel meer mee aan de hand. Door de steile zitbuishoek zit je veel centraler op de fiets, ideaal volgens Ridley om de fietser meer vermogen te laten leveren. De lengte van de bovenbuis bleef onveranderd, maar aangezien de zitbuishoek steiler werd lijkt het op papier alsof de reach enorm is toegenomen. Wat dus niet klopt, je hoeft als potentiële koper geen maat kleiner te kopen of te gaan compenseren met kortere stuurpennen. Omdat de fiets ontwikkeld is rond brede banden die per definitie de fiets ‘hoger op zijn poten zetten’, lieten Kenens en co het bracket wat zakken om de stabiliteit op snelheid te garanderen. De vorksprong werd aan de grotere banden aangepast, de naloop kon zo goed als gelijk blijven.
Open vizier
Tot daar de theorie, tijd voor de praktijk. Ik pak de Kanzo Fast 2.0 met open vizier en veel nieuwsgierigheid beet. Vorig jaar reed ik de gravelpaden rond Girona nog met de Koga Colmaro Extreme met 50 mm banden, een aluminium adventure bike die nogal lui van inborst was. Compleet tegenovergesteld aan de Ridley Kanzo Fast 2.0 die ondanks de forse banden op het asfalt al vrij vlot van de plaats gaat. De fabrikant geeft niet te veel info over het gewicht en je voelt dat de 2.0 geen pluimgewicht of springveer is. Mijn testfiets is afgemonteerd met een Sram Force AXS XPLR aandrijving met zo’n sexy aero 44T kettingblad, een 10-46 cassette en Forza Skiron RS wielen. Die lopen op keramische lagers, zijn opgebouwd met Vonoa carbon spaken en de carbon velgen hebben een interne breedte van 27 mm om de 55 mm brede Schwalbe banden (een zwaar geprofileerde G-One RX voor en een wat gladdere G-One RS achter) voldoende steun te geven. De Forza cockpit is op de remgrepen 36 cm breed en meet onder in de beugels 40 cm.

Is breder echt beter?
Als boomer ben ik van het principe dat brede banden om een breed stuur vragen, als je onvoldoende hefboom hebt wordt sturen een zaak van wringen en vechten. Daan Soete deelt mijn visie want de Belgische Kampioen gravel stuurt de Kanzo Fast 2.0 met een 38 cm brede cockpit. Toch valt het stuurgedrag van de 2.0 met 36 cm breed stuur me absoluut niet tegen, het voelt echt niet aan alsof je de ring in moet voor een gevecht met een beer. Op steile klimmen voel je wel dat je best in het zadel blijft zitten om genoeg tractie te houden. Ga je rechtstaan, dan breng je je gewicht door de voorwaarts georiënteerde geometrie zo ver naar voren dat je iets sneller dan verwacht het achterwiel voelt doorslippen. Wat me wel opvalt is dat ik heel snel vertrouwen heb in de fiets en dat ik ook nogal lomp begin te sturen. Moet je met een 40 of 45 mm band nog om de meeste putten en bulten heen sturen om de boel heel te houden, dan slikken de 55 mm branden dat allemaal zonder morren.
“In gravelraces gaat het er soms heftig aan toe. Je rijdt snel, zit in het stof en ziet vaak twee keer niks. Als je dan een steen niet meer kunt ontwijken, dan zijn die brede banden een enorme meerwaarde”, voegt Soete toe. Bijkomend voordeel van de brede banden is dat je nog meer remkracht hebt en halfweg de testrit heb ik die ineens ook echt nodig. Onze gids vindt het nodig om in een snelle afdaling in een blinde bocht te stoppen om te melden dat er een paar tientallen meters verder wat los zand ligt. Ik merk de beste man véél te laat op, maar slaag er met de brede banden in om toch tijdig tot stilstand te komen. Had ik hier met veertig millimeter brede banden gereden, de boel was geheid aan het slippen gegaan en ik had de brave Carlos in kwestie gegarandeerd overhoop gereden. De extra stabiliteit die je van de bredere banden krijgt helpt de Kanzo trouwens op koers te blijven als er zijwind opsteekt. Door de grotere oppervlakken van het frame, de hoge velgen en de banden is de gravelracer immers wel wat gevoeliger voor een windstoot vanaf de zijkant.
(Lees verder onder de foto’s)


Smaller kan, maar niet te smal
Voel je bij het optrekken dat de fiets met de brede banden een tikkeltje slomer reageert, dan is het op tempo een fiets die zware gravel vreet voor ontbijt, lunch en avondmaal. “En kies je voor modderige omstandigheden een wat smallere band, dan hou je tussen de banden, frame en vork enorm veel ruimte over zodat de prut weg kan”, besluit Soete die bijgestaan wordt door Kenens. “Smallere banden kunnen altijd, al raden we niet aan om smaller dan 45 mm te monteren want dan wordt de fiets te nerveus.”
Rest de vraag: moeten we allemaal richting 2dehands.be om onze huidige gravelbikes te verkopen en over te schakelen op fietsen met brede banden? Ik denk het niet. Veel hangt af van het terrein waarop je gaat gravelen. Moet je in een Vlaamse gravelkoers vaak hard optrekken en veel draaien en keren, dan zal een fiets als de Aster RS met zijn lichter frame en smallere bandjes nog altijd sneller accelereren. Is het parcours zwaarder, dan zijn bredere banden ‘the way to go’. Waarbij een moderne fiets als de Ridley Kanzo Fast 2.0 zodanig ontwikkeld is dat de nadelen van brede banden een stuk minder doorwegen dan vroeger.
De volledige Kanzo Fast 2.0 line-up vind je op de Ridley-website.




