Twee jaar geleden kregen de Brabantse Wouden de titel van Nationaal Park, maar voorlopig alleen in Vlaanderen. Toch slingeren er ook aan Waalse kant versnipperde puzzelstukjes oerwoud rond. Waar de gewesten talmen, trok Grit! zelf de lijn: een corridor die alles verbindt tot één epische tocht over een lappendeken van donkere bossen en open velden. Maar een rechte lijn is het allerminst. Want let op: deze route vraagt lef, uithouding en zin voor avontuur.
Tekst, foto’s en route: Pieter Stockmans
Deze route is er eentje voor durvers, doorbijters en mensen die houden van een flinke uitdaging. Ze is lang, zwaar, soms ruw, traag en verbluffend mooi. Eigenlijk hadden we ze net zo goed ‘de Waals-Brabantse Wouden Challenge’ kunnen noemen, want wie dit in één dag uitrijdt, mag zichzelf gerust een topper noemen.
(Lees verder onder de foto’s)



Bekijk het hoogteprofiel. Meer dan dertig klimmetjes die elkaar zonder pauze opvolgen. Klimmen, dalen, weer klimmen, weer dalen, steeds opnieuw. De bossen liggen op steile flanken en valleien langs de Dijle en de Lasne. Zware inspanningen en slechts korte adempauzes. 130 kilometer, goed voor meer dan 2000 hoogtemeters. En dat allemaal tussen amper 30 en 150 meter hoogte. Dat zegt genoeg.
(Lees verder onder de foto’s)



Wees gerust: aan heerlijk bollende grindostrades ontbreekt het niet. Maar het losliggend bosmateriaal in de diepe holle wegen zorgt voor ruwe passages. Ook niet te versmaden zijn de beruchte Waals-Brabantse kasseien. Kinderkopjes zo bol als lampen, nooit bedoeld om met een fiets over te dokkeren. Onthoud vooral ‘Rue Bois des Conins’: misschien wel de meest helse kasseiweg van het land. Bos van Wallers in het kwadraat? Gelukkig ligt er langs de randen vaak een smalle grindstrook waar je nét kan ontsnappen.
(Lees verder onder de foto’s)



Eindeloze kronkels. De kilometers tikken traag weg en putten je uit. Geen snelle gravelroute dus, maar een avontuur. Waarom zó veel draaien en keren? Twee redenen: versnippering van het woud, en privatisering van wat overbleef.
Versnippering? De overblijvende bossen luisteren naar 16 namen: Rondenbos, Bois de Laurensart, Bois de Lauzelle, Bois des Rêves, Bois de la Quenique, Bois de l’Heuchere, Bois de Haute Heuval, Bois de l’Hermitage, Bois de Bachet, Bois d’Hez, Bois de Thy, Bois de Sart des Dames, Bois de Palenthe, Bois de Rixensart, Bois des Templiers, Margijsbos. Daartussen ligt een betonnen jungle van verstedelijking, steenwegen en snelwegen. De route moet dus vaak kronkelen om zoveel mogelijk natuur en zo weinig mogelijk beton mee te nemen.
Privé? Dat woord kwam ik tijdens mijn verkenningen keer op keer tegen. Alsof ik vastzat in een doolhof: keer om, zoek een andere ingang. Frustrerend. Het versnipperde privébezit bleek trouwens het grootste struikelblok voor de opname van deze bosplukjes in het Nationaal Park. De wirwar aan eigenaars veranderde het proces in een bureaucratisch monster. Onderhandelingen sleepten zich eindeloos voort.
Maar Grit! heeft wél doorgezet en de puzzel gelegd.
(Lees verder onder de foto’s)


Goed, nu iedereen gewaarschuwd is, bereid je voor op verbluffend mooie natuur. De durvers ontdekken de laatste resten van een oerbos: met mos bedekte beuken, reuzenwortels die zich vastklampen aan de flanken van holleweg-kathedralen, verscholen onder de horizon. Grindwegen slingeren over het Brabants plateau, verdwijnend in de verte als een eindeloze achtbaan. Populierenlanen leiden je langs spierwitte vierkantshoeves, monumentaal en sereen. Het voelt als een ontsnapping in een droom.
De ruïnes van de 13e-eeuwse Abdij van Villers, het Habsburgse kasteel van Bousval uit de 16e eeuw, de kapel van Try-au-Chêne uit de 17e eeuw, en het glinsterende Meer van Genval zijn iconische herkenningspunten op de route.
En wie de laatste 20 kilometer haalt, mag het luidop zeggen: ik ben er. Vanaf Tombeek, Overijse en Huldenberg is het vooral vlammen over snelle grindwegen tot de finish aan het station van Pécrot.
(Lees verder onder de foto’s)


Wie wel eens de trein in Leuven neemt, kent de reeks haltes: ‘Leuven, Heverlee, Oud-Heverlee, Sint-Joris-Weert, Pécrot, Florival, Archennes, Gastuche, Basse-Wavre, Wavre, Bierges-Walibi, Limal, Ottignies’. In 2020 tekende ik ze aan elkaar via de versnipperde stukjes woud. In 2023 werden de Brabantse Wouden aan Vlaamse kant (Meerdaalwoud, Zoniënwoud en Hallerbos) erkend als Nationaal Park. Er bestaat een visie om het park over de gewestgrenzen heen uit te breiden.
(Lees verder onder de foto’s)


Praktisch
Bevoorrading
Tips
