Count me in gravelweekend NL – Twee dagen weg van de wereld

De gravelfiets veroverde zich drie jaar terug een plek in mijn zijn garage en nadien ook een prominente plaats in mijn fietsleven. Niet dat ik het gravelevent aan snel tempo afschuim maar ik ben helemaal mee met deze (niet langer) hype. Op basis van mijn steekproefsgewijs gpx onderzoek overtuigen de Kempen als fietsparadijs bij uitstek. Een gravelweekend vanuit de Kempen? Geen reden om nog langer te twijfelen: count me in!

“Maak je geen zorgen, geen stress dit weekend. We wachten wel even.”, stuurt Maarten me een WhatsApp’je terug. Ik had hem net verwittigd dat ik een fractie na negen uur pas in Turnhout ging arriveren. De meute is dan al onderweg, zelf vond ik negen uur vroeg genoeg om aan te zetten. Het concept van deze trip? Je komt met je gravelfiets (of mountainbike) en een tas naar Turnhout, fietst van daaruit naar een oord ten zuiden van Eindhoven waar je die tas terug ziet verschijnen. Daags nadien volgt dan de omgekeerde routine. Zorgeloos, je hoeft dus enkel te fietsen. Het is al weken droog, en als beloning voor de vele corona-miserie de afgelopen maanden krijgen we er op de koop toe nog een prachtig zonnetje bovenop. Eind maart kan het alle kanten op, het lot is onze keuze uiterst gunstig gezind. En of ik er zin in heb. Reisgezel van dienst: mijn echtgenote. Oké, dat betekent dat je ‘s avonds niet te zot moet gaan doen, maar hoe graaf is het idee van een gravelweekend samen.

Gravelhypnose

Ik ben zelf geen innovator, zoals dat in marketingjargon heet. Wat gravelfietsen betreft behoor ik wel tot de categorie van early adapters, denk ik. Bijna drie jaar geleden koos ik als leasefiets voor een exemplaar met 40mm banden. Heb ik daar al plezier aan beleefd! Voor wie ook een graveldebuut overweegt verwijs ik trouwens graag naar het stukje van collega Luc over zijn graveldebuut in de Foxtown gravelride. “Steentjes schuifelen en schuren onder de banden, ik ben blij dat ik geen oortjes in heb. De Kempen zijn van oudsher stil, door de afwezigheid van achtergrondgeluiden capteer ik haarfijn het geknisper van het ruwe wegdek.” Dat is exact waar het bij gravel om draait. Een gravelhypnose. Kilometers lang fietsen zonder enig contact met wegen of auto’s werkt zo ontspannend. Fysisch aanwezig maar het hoofd helemaal los van bekommernissen. Een continue dosis concentratie wel nodig maar nooit in die mate dat er geen tijd is om rond te kijken. Om op te gaan in de natuur. Gravel in Vlaanderen is een rekbaar begrip, maar op basis van mijn tochten her en der ten velde, is er geen groter gravelparadijs dan de Kempen. Grote brede gravelwegen en droge bosdreven, veel beter wordt het niet. Langgerekte stroken waar je ook eens kan stevig tempo kan maken. In eigen streek moet ik het stellen met trage wegen, duizend en één bochten en evenveel keer optrekken.

Twee routevarianten

Het is exact de reden waarom ik in Turnhout sta en niet aan de start voor de zoveelste cyclo vanuit Harelbeke of Wevelgem. Ik fiets bij de opening van het klassieke seizoen niet tussen duizenden anderen, om dan te merken dat op de Kwaremont nog steeds dezelfde kassei wat hoger ligt, dat op diezelfde plek nog steeds de kasseien verder uit elkaar liggen. Nee, ik vertrek vandaag aan een voetbalveld bij Turnhout richting Someren, “Verwacht je aan uitgestrekte bossen en indrukwekkende heidevelden. Die rijgen we aan elkaar via vlot lopende grindpaadjes, gravelwegen en een paar single tracks. De route is op maat van gravelbikes: technische hoogstandjes of uitdagende hellingen zal je niet tegenkomen. Wortels, keien en asfalt beperken we tot een absoluut minimum. Dit is gravel met een grote G. De G van Genieten. Genieten van een paar uur natuur!”, schreef men op de website. Er worden twee routes voorgeschoteld om dat doel te bereiken. Dat is trouwens niet helemaal correct. De eerste 110 km heb je sowieso nodig om het doel te bereiken. Van daaruit is er voor de moedigen een extra lus van zestig kilometer voorzien.

Hekkensluiters

Terwijl mijn tas de camion ingaat, drink ik nog een koffie van Café Copain bij de mobiele koffiebar. Gravel and coffee, weet je wel. Zo mogelijk nog een betere combinatie dan bij fietsen op de weg. Ik krijg verder nog een noodrantsoen van 6D wat later total overbodig zal blijken, en er wordt een foto genomen van Sandra en mezelf. Die foto is geen extraatje van de organisatie. We vertrekken als allerlaatste en de foto wordt gestuurd naar de mensen op de bevoorradingsposten. Zo kunnen ze inschatten wanneer ze de rangen kunnen sluiten. Nog geen kilometer zijn we ver of de weg gaat reeds over in gravel. Echte gravel. Geen veldwegel met putten en graszoden. Nadien ben ik aangewezen op het lijntje dat Nick Schuermans op mijn gpx heeft getekend. Ik heb enkel een vaag idee waar ik ben. Ik fiets van dreef naar dreef, van gravel over zand. Het heeft weken niet geregend en sommige brede aardewegen die normaal aangestampt zijn vertonen wat zandbakverschijnselen. Voor mij geen erg, liever zand dan modder. Gravel is een droge sport wat mij betreft.

Gravel, stof en zand

De route is een langgerekte aaneenschakeling van off-road wegen. Er lijkt wel een heus gravelnetwerk in de Kempen verscholen te liggen, met kruispunten in gravel. Heel af en toe moeten we eens een weg oversteken, het is ons enige contact met de buitenwereld op vier wielen. Aangekomen bij de eerste bevoorrading staan de jongedames op hun gsm te turen. “Dat zijn ze”, zie ik ze denken. “De hekkensluiters”. Even voel ik me schuldig dat ik onderweg de tijd nam voor een korte picknick bij een van de vele meertjes onderweg. Door een valpartij en materiaalpech bij andere deelnemers passeren we echter pas vijf minuten na de voorganger op deze plek. Het is een tafereel dat je trouwens gewoon kan copy-pasten richting tweede bevoorrading. Wat was er anders in het tweede deel? Onderweg fietsen we even in een heidelandschap dat aan Zuid-Afrika doet denken. We staken een klein groepje dames voorbij waardoor we niet meer allerlaatst onderweg zijn. En naast de uitgebreide bevoorrading met fruit, 6D sportvoeding en sportdranken, zijn er ook mini-sandwiches met kaas. Na 75 km stof vreten een zeer welgekomen afwisseling. Gezien we laatste zijn is het al een klein beetje all-you-can-eat, zo lijkt het.

Kampvuur en braadworst

In Nederland hebben ze zelfs off-road wegen met daarnaast een fietspad in gravel. Anderzijds pakken ze soms ook uit met een geasfalteerd fietspad van een metertje breed midden door de bossen. Vaak is het een gravel alternatief voor een zandbak, wat het nog prettiger maakt. Is het iets vochtiger kan je hier wellicht ook gewoon over dat zand rijden. Slechts twee keer worden we nog verrast: een lange strook met mul zand, waar geen ontkomen is. En het Dak van Brabant. Dat is een hellingen die plots opduikt, een beklimming met trapjes (letterlijk!), en een afdaling over een grindweg dat je midden een golfterrein doet belanden. Wat later eindigen we met een lange gravelweg door de Somerense Heide om de slaapplek te bereiken. 

Meer gravel, of een uitnodigend grasveld met braadworst en drank? Het wordt het laatste, we sluiten aan bij de tienkoppige groep van de Meetjeslandse Triatlon Vereniging en vleien ons neer met cola en broodje worst. Muziekje erbij, strak ook koffie en een heerlijke temperatuur zoland de zon boven het dat uitkomt. The gravel vibe, en ik zit er middenin. De fiets kan afgespoten worden, maar ik besluit het stof als stille getuige te laten hangen. Zo gaat hij als een van de eersten in de reusachtige opbergplek voor de fietsen. Wanneer de avond valt installeren we ons in de slaapkamers. Geen tent, echter ook weinig luxe hier. Wel een toilet en warme douche, en zelfs een matras op een kamer van zes. Alles zes tegelijk rechtstaan in de ruimte is echter niet evident, zo blijkt. Gravel is geen luxesport. Gravel is avontuur. 

Time flies

Gravel doet eten, merk ik. We doen ons tegoed aan het Chili con carne buffet, en vullen de talifa’s a volonté tot we genoeg hebben. Daarna trekken we terug naar buiten om er bij het grote kampvuur nog wat na te praten over deze eerste van twee dagen. De Duvels vloeien rijkelijk rond de warmtebronnen, anderen hebben wel nog in de gaten dat er daags nadien nog eens minstens honderd kilometer op het programma staat. Het is wellicht die laatste groep die me daags nadien kort na de start voorbij stuift. Zelf wachtte ik niet op de groepsstart, waardoor we de eerste kilometers moederziel alleen door de kille en mistige Somerense heide fietsen. Een groepje van MTV komt ons voorbij en daarna lang niks meer. We zijn geen hekkensluiters tijdens de tweede dag. De korte broek is wat optimistisch, en iets te veel berekend op de temperaturen van daags voordien. Ook vandaag belooft het echter zonnig te worden, eens die mist openbreekt. Verder is die tweede dag een verderzetting van de eerste dag. 

Bij de beesten af

Met dieren op ons pad, die je niet meteen linkt aan de Benelux. Af en toe wordt er eens afgeweken op een lokaal mountainbikepad met enkele leuke heuveltjes, single tracks en zelfs enkele wasborden. Technisch iets veeleisender zou je kunnen concluderen. Het is eerder een slim geplaatste en welkome afwisseling, waardoor de route op geen enkel ogenblik gaat vervelen. Ook mijn wederhelft zonder enige mountainbike- of andere technische ervaring, gaat vlotjes overal over. De wind zit vandaag ook beter, grotendeels in de rug op de terugweg. De tijd lijkt super snel voorbij te gaan. Hebben we al vijftien kilometer gefietst? Veertig reeds? Echt waar? Time flies when you’re having fun! Gaandeweg dringt het besef door dat deze route eindig is. Terwijl we aan de tweede bevoorrading flirten met de grenspalen, beslissen we toch een extraatje in te lassen. Op dag twee is de route zo opgebouwd dat er een standaard route van honderd kilometer is voorzien, met op twee plaatsen een extra lusje. Om het genot toch ietwat te verlengen, doen we de laatste optie er nog bij. Tien kilometer extra. Deed je dat eerder op de route ook, dan had je vandaag dertig kilometer extra, goed voor een maximum van driehonderd kilometer gravel op twee dagen.

G G G G

Na een lange gravelpassage langs het kanaal, en een koffiestop op terras bij Koffiehuis Brug 6, gaan we richting einde. Met de zon ondertussen ook van de partij, rijden we over grind tot we vlakbij de auto. Na twee fietsdagen terug de bewoonde wereld in. Nog één koffie terwijl we horen hoe Biniam Girmay geschiedenis schrijft in Wevelgem. Zelf vooral tevreden dat ik in de Kempen over gravelwegen cruiste, ver weg van de drukte in de voorjaarscyclo’s. We konden de organisatie van Count Me In niet op een leugentje betrappen. De G van Gravel, is inderdaad ook de G van Genieten. Jammer genoeg ook de G van Gedaan. En tegelijk ook van Graag meer!

TAGS:
Datum:
Auteur:
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Lees ook

Wie kroont zich als eerste tot wereldkampioen gravel?

De eerste editie van het wereldkampioenschap gravel vindt dit weekend (8-9 oktober) plaats in Veneto, Italië. Er staan in totaal 556 elite- en amateurrijders aan de start, waaronder toppers als Mathieu van der Poel en Pauline Ferrand-Prévot. Met Maxim Pirard spraken we een Belg met podiumambities: “Ik verwacht iets van de singletracks.”

Smugglers French Borders: herfstcrossen in Luxemburgse bossen

Mist bedekt de donkere vallei van de Semois. Achter het plein van Herbeumont zien we tussen de bomen lichtjes, een feesttent met het Smugglerslogo, een BBQ. De tweede editie van Smugglers French Borders is begonnen. Vanaf morgen doorkruisen 250 gravelaars het onmetelijke Arduenna Silva van Belgisch Luxemburg.