Falling Leaves Lahti: gravelkoers van de vallende bladeren

Het wegwielrennen heeft de Ronde van Lombardije, maar voor het gravelcircuit is Falling Leaves Lahti één van de hoogtepunten van het najaar. In Zuid-Finland maakt de herfst nog net dat tikkeltje sneller zijn intrede dan in onze contreien en dus ging onze man begin september al vallende bladeren tellen nabij Lahti. Als het van organisator Nordic Gravel Series én de lokale autoriteiten afhangt, groeit dat stadje de komende jaren uit tot hét epicentrum van het gravelgebeuren in Scandinavië en wie weet zelfs heel Europa.

Ik geef toe dat ik in al mijn enthousiasme sommige plaatsen misschien nogal vlug als een ‘gravelparadijs’ durf te bestempelen, maar geloof me vrij: wanneer ik Finland zo noem, dan is er geen lettergreep van overdreven. Zeker in Europa is het een absolute topbestemming voor wie houdt van grind dat als witte ruis onder je banden knispert. Vier jaar geleden ging ik er al eens fietsen – toen op de weg – tijdens de Saimaa Cycle Tour en twee jaar geleden mocht ik er een eerste keer op gravelontdekking, ook op uitnodiging van Nordic Gravel Series. Ik fietste toen rond op Kimito: een eiland voor de kust in het zuidwesten van Finland. Maar volgens organisator Maarten Patteeuw – een Belg die mee aan het Nordic Gravel-roer staat – zijn de gravelmogelijkheden in de ruime regio rond Lahti nog eindelozer. En dus moest ik gewoon nog een keertje terug!

Zeker aangezien gravelrace Falling Leaves Lahti vanaf 2026 een UCI-kwalificatierace voor het gravel WK wordt én omdat het parcours van de koers in 2027 de basis zal vormen voor het UEC EK Gravel.

Inschrijven voor de UCI Qualifier Falling Leaves Lahti 2026 doe je hier.

(Lees verder onder de foto’s)

Lahti is een plaatsje zo’n anderhalf uur ten noorden van Helsinki en je mag het gerust de sporthoofdstad van Finland noemen. Skischansen, langlauf- en atletiekpistes, voetbalvelden, verschillende sportcentra waar atleten uit de meest uiteenlopende sportdisciplines in een professionele setting kunnen trainen… Je hebt het er allemaal. Die uitgebreide sportfaciliteiten in de directe omgeving van de stad zijn voor de lokale toeristische dienst én voor een ambitieuze organisatie als Nordic Gravel Series van goudwaarde. Zo is Pajulahti, de site waar gravelrace Falling Leaves Lahti start en aankomt, een olympisch trainingscentrum dat alles in huis heeft om het ook gravelbikers naar hun zin te maken. Maar vooraleer ik daar naartoe ga, trek ik eerst naar een vergelijkbare sportsite in Vierumäki, om in te pikken bij het gravelkamp dat Nordic Gravel in de dagen voor Falling Leaves Lahti organiseert.

(Lees verder onder de foto’s)

De skischansen van Lahti
De wegen rond het stadje
De site van Pajulahti, met naast verblijf en allerlei sportfaciliteiten ook een ‘lakeside sauna’

De meerdaagse gravelkampen van Nordic Gravel staan niet in het teken van competitie, maar van plezier en gezelligheid. Recreanten zijn welkom om zich enkele dagen te laten onderdompelen in de schoonheid van Scandinavië. Lees: groepsritten door de ongerepte natuur, saunasessies met achteraf een duik in een meer en gewoon genieten van schier eindeloze gravelwegen die je door naaldbossen, langs boerderijtjes en over constant glooiend terrein loodsen. Er worden het hele zomerseizoen lang kampen georganiseerd in verschillende Finse én Zweedse regio’s. In juni staat er zelfs eentje op de planning waar je samen met Johan Museeuw door de Finse taiga kan fietsen.

(Lees verder onder de foto)

Het is een concept dat aanslaat en dat ook begin september een internationaal kransje gravelbikers op de been brengt. Ik kom in Vierumäki terecht in een twintigkoppig groepje gravelbikers met mensen uit o.a. Canada, Amerika, Frankrijk, Duitsland… Er heeft zelfs een Indiër de weg naar dit Nordic Gravel Camp gevonden! Van de verstikkende drukte, de smog en het constante lawaai in Delhi, naar de rust in een niemandsland als Finland: ik hoef er geen tekening bij te maken dat deze graveltrip voor die mens meteen ook een ware cultuurshock is.

(Lees verder onder de foto’s)

Niet enkel de gravel-, maar ook de weergoden zijn me gunstig gezind. Het weer is immers uitzonderlijk goed voor de tijd van het jaar in Finland. Begin september durft het op deze breedtegraad al weleens guur te worden, maar nu is het er ideaal fietsweer. Het is ’s ochtends meteen vijftien à zestien graden en het kwik klimt doorheen de dag naar zo’n tweeëntwintig graden. Geen gedoe met windstoppers, arm- en beenstukken of regenjasjes dus: gewoon starten en finishen met korte mouwen en in korte broek! Eens het ochtendgrijs is verdampt, doet de najaarszon haar stinkende best om het mij en de andere gravelcamp-gangers helemaal naar de zin te maken. De warme gloed geeft de stilaan verkleurende zilverberken en varens een gouden tintje en ook de extreem lange zonsondergangen zijn hier in de nazomer een zaligheid.  

(Lees verder onder de foto’s)

Denk vooral niet dat je in dit deel van Finland uitsluitend door de bossen fietst. Het landschap is een stuk gevarieerder dan je zou denken. Natuurlijk zijn er de uitgestrekte wouden vol naald- en berkenbomen, maar die worden met de regelmaat van de klok onderbroken door kristalheldere meren en akkerland waarop vooral een soort tarwe wordt verbouwd. De vele graanschuren onderweg doen dienst als oriëntatiepunten. Alhoewel: alles lijkt op elkaar en het soms ietwat monotone landschap heeft een rustgevend, meditatief effect. Anders dan bij bijvoorbeeld fietsen in de bergen hoef je niet altijd alert te zijn voor fraaie uitzichten of je opmaken voor een beklimming of een afdaling. Het is de enorme uitgestrektheid van de natuur, de ‘wide open space’ die het hier zo aantrekkelijk maakt voor ons, Laaglanders, die gewend zijn aan stukjes natuur die als eilandjes in een zee van beton en bebouwing liggen. Hier is het immers net andersom.

(Lees verder onder de foto’s)

Naast natuur is ook grind overvloedig aanwezig in dit hoekje van Scandinavië. Het kost volgens organisator Maarten Patteeuw geen moeite om hier een parcours uit te stippelen dat voor tachtig of negentig procent uit gravel bestaat, want hier maken de ‘groads’ deel uit van het gewone wegennet. Asfaltwegen vriezen tijdens de wintermaanden binnen de kortste keren kapot en dus worden de gravelpaden ook door het autoverkeer gebruikt. De overheid zorgt er op haar beurt voor dat ze goed onderhouden blijven. Ik heb vaak het gevoel dat mijn BMC Kauis 01 beter bolt op deze effen grindostrades dan op ons bonkig, Vlaams macadam. Daar komt ook nog eens bij dat de wegen constant op en af gaan. Het Finse landschap is als een wasbordje waar je keer op keer korte knikjes en afdalingen voorgeschoteld krijgt. Wanneer je voldoende snelheid kan maken en goeie benen hebt, dan voelt het als een rollercoaster waar geen eind aan komt. Het is verraderlijk om telkens op de macht naar boven te knallen. Maar eens je beseft dat je tijdens een standaard ritje wel honderden van zo’n minikuitenbijtertjes moet bedwingen, dan daalt de rede al snel terug in. Voldoende schakelen en souplesse tonen, is de boodschap.

(Lees verder onder de foto’s)

Wanneer ik samen met de mensen van het gravelkamp in Pajulahti aankom, zijn we twee dagen voor de start van Falling Leaves Lahti en is er van enige nervositeit voor die koers nog geen sprake. Stilaan komen de gravelprofs in het hotel aan om zich in alle rust voor te bereiden op de wedstrijd. Er staan zaterdag best veel mooie namen aan de start, zoals Greg van Avermaet, Lawrence Naesen, Jelle Van Damme, maar ook Romain Bardet en Piotr Havik. Op vrijdagochtend ga ik zelfs met al die grote kanonnen op pad om de laatste kilometers van het 175 kilometer lange parcours te verkennen. In België zou zoiets ondenkbaar zijn, maar in de ongedwongen sfeer die hier heerst, verbroedert iedereen met iedereen. En ook al gaat het maar over een verkenning, hier en daar wordt het vuur toch eventjes aan de lont gestoken en wordt de concurrentie getaxeerd.

(Lees verder onder de foto’s)

De koers belooft een razendsnelle slijtageslag te worden, maar er wordt ontspannen naar toegeleefd. Op een zonovergoten terrasje van een traditioneel koffiehuis, wordt er tussen de kaneelbollen en de ‘fika’ – koffie dus – bijgepraat. Het graveluniversum is een klein wereldje waarin iedereen elkaar steeds opnieuw tegenkomt tijdens wedstrijden in binnen- en buitenland. Maar het is vooral tijdens events als deze dat de relaxte gravelvibe overeind blijft. Net daarom komen van Avermaet en co ook ieder jaar terug naar Lahti.

(Lees verder onder de foto’s)

Iets minder relaxt gaat het er daags nadien, op de ochtend van Falling Leaves Lahti aan toe. Althans toch in mijn hoofd. De laatste koerservaringen die ik had waren niet meteen een groot succes en het is al maanden geleden dat ik nog eens 175 kilometer lang op een fiets zat. Ik sta dus toch meer dan lichtjes zenuwachtig aan de startlijn en hink op twee gedachten. Enerzijds wil ik nog weleens de strijd met mezelf aangaan en me in het strijdgewoel gooien. Anderzijds ben ik beducht om mezelf helemaal te pletter te rijden en ergens onderweg de man met de hamer tegen te komen. Tijd om nog langer te twijfelen tussen scenario’s is er niet. Op de tonen van – hoe kan het ook anders – de punkrockband Billy Talent met ‘Fallen Leaves’, wordt de koers op gang geknald.

(Lees verder onder de foto’s)

De eerste vijf kilometer lopen over de weg en zijn geneutraliseerd. Kwestie van iedereen veilig richting de eerste gravelstrook te loodsen. Maar wanneer de pickup van de organisatie er op de brede grindweg vandoor knalt, worden ook de prijsduiven vooraan gelost. Met een ruk gaat de snelheid de hoogte in en mijn Wahoo weet niet wat hem overkomt. Dertig per uur, veertig per uur, vijftig per uur… Tijdens de razendsnelle beginfase rijdt iedereen al meteen met het mes tussen de tanden. Mijn koers kon hier trouwens al meteen afgelopen zijn. Eén van de fietsers voor mij knalt hard in een put in het wegdek en één van zijn bidons neemt de vlucht vooruit. Ik zie het onding haast in slowmotion richting mijn voorwiel tuimelen en ik kan de fles nog net ontwijken. Ook achter me hoor ik gevloek omwille van het rondvliegende projectiel, maar tot een valpartij komt het gelukkig niet.

(Lees verder onder de foto’s)


Hier en daar kalmeert de razende groep even om dan na een bocht of heuveltje weer snoeihard door te trekken. Ik zit achteraan het peloton en voel de accordeonbewegingen maximaal. Ik heb me laten wegdrummen en ben veel te ver achteraan gestart. Typisch! En ik kan je verzekeren: de Finse bossen zijn al een stuk minder romantisch wanneer je er tegen vijftig per uur en met hartslag 180 doorheen knalt. Ik zit in een wazige tunnel van bomen. Het peloton lijkt wel een felgekleurde slang die zich aan een rotvaart over de bochtige paden heen kronkelt. Wanneer die paden dan weer wat rechter en breder worden, proberen velen langszij op te schuiven om goed mee vooraan te zitten. Maar een inhaalbeweging zou mijn motor volledig kunnen opblazen. Ik blijf waar ik ben, terwijl achter mij de ene na de andere gravelbiker afhaakt. De deur staat wagenwijd open en ook ik sta al na enkele kilometers voor de keuze: me laten uitzakken en kiezen voor het eigen tempo of ‘go with the flow’ en rammen maar. Het wordt het tweede. Ik haak mijn wagonnetje aan bij de grote groep die de kop van de koers vormt en zo gaat het tijdens het eerste wedstrijduur aan een moyenne van 34.

(Lees verder onder de foto’s)

Wanneer we na zo’n 25 kilometer een asfaltweg opdraaien – de eerste verharde weg na de neutralisatie trouwens – breekt ons peloton in stukken. Enkele plaatsen voor mij valt een gat, maar ik slaag er niet in om dat dicht te rijden en de sprong naar voren te maken. Ik moet realistisch blijven: het is nog 150 kilometer en deze razende vaart ga ik in de laatste uren sowieso al bekopen. Rondom mij vormt zich een groep van een twintigtal renners en samen houden we het tempo erin. Ik doe een paar kopbeurten en probeer maximaal te recupereren in de wielen. Dit is een ideaal scenario, al is er ook een nadeel aan verbonden: de bevoorradingen onderweg worden overgeslaan. Wanneer ik in volle vaart het eerste ‘feed station’ voorbijrij, maak ik me niet meteen zorgen. Ik heb nog genoeg proviand op zak en in mijn ‘hydration backpack’ zit nog voldoende drinken. Maar wanneer mijn groepje na zestig kilometer ook bevoorrading twee laat voor wat ze is, besluipt me toch enige nervositeit. Bevoorrading drie volgt pas na meer dan honderd kilometer en ik moet rantsoeneren op de gels en sportdrank die ik bij me heb.

(Lees verder onder de foto)

Na de splitsing van het parcours tussen 140 en 180 kilometer volgt een meer technische passage met smallere trails en enkele stevige kuitenbijtertjes. Daar voel ik voor het eerst melkzuur in de benen sluipen. De Finse tempobeulen die de voorbije kilometers de schwung in ons groepje hielden, gebruiken gelukkig hun verstand en drukken het tempo een beetje waardoor het merendeel van de renners aan boord blijft. Maar intussen zit ik wel zonder sportdrank en energiegels. Ik vraag me af waar die verdomde derde bevoorrading blijft en dat is ook exact de vraag die Josh Reid zich luidop stelt. Hij is een Britse YouTuber die zich net als ik in de achterste regionen van onze grupetto schuilhoudt. Ook hij zit zonder drank, maar hij heeft wel nog meer dan voldoende eten bij en dus krijg ik een zakje Clif Bloks van hem. Bij deze nog eens: Thanks Josh! Het energieshot komt geen moment te vroeg.

(Lees verder onder de foto)

Ook al ben ik gefocust op wat er in de groep gebeurt, ik probeer attent te blijven voor de geweldige omgeving rondom mij. Het landschap heeft zich onderweg meermaals prachtig geopend, met bossen die plaats ruimen voor eindeloze tarwevelden met felrood gekleurde boerderijen en graansilo’s. Wanneer we op een grindpad langs de rand van een meertje zoeven, krijg ik zowaar kippenvel en een opstoot van dopamine. De zon breekt door de wolken en laat het wateroppervlak glinsteren. Heel even verdwijnt de spanning van mijn benen om plaats te maken voor een gelukzalig gevoel. Dat gevoel wordt nog versterkt wanneer ik dan ein-de-lijk het bordje zie dat er binnen honderd meter een bevoorrading volgt. Nu maakt de groep gelukkig wel aanstalten om even halt te houden, al zijn er toch enkelingen die doorrijden. Spoiler alert: die zal ik later nog tegenkomen, wanneer ze door de man met de hamer onder handen zijn genomen.

(Lees verder onder de foto’s)

In de ‘feed zone’ gaat het er nogal chaotisch aan toe. Het is drummen om de bidons bij te vullen en iedereen vertrekt opnieuw zo snel als hij kan. Ergens had ik gehoopt op iets meer samenwerking en geduld, maar ook ik hou vlug mijn flessen onder de jerrycans, graai een paar energiegels mee en prop wat chips en koekjes in mijn mond zodat ik de achtervolging kan inzetten. Ik vertrek immers als laatste en van een grote, goed ronddraaiende groep is na de bevoorrading geen sprake meer. Alles ligt uiteen. Het was allicht verstandiger geweest om elkaar op te wachten en er terug collectief de beuk in te gooien, maar het is blijkbaar een Fins dingetje om nogal stug je eigen ding te doen.

(Lees verder onder de foto)

Ik slaag erin om een vijftal overblijvers van de groep bij te halen, maar voel meteen dat het vet bij deze heren van de Finse vissoep is geschraapt. Op een hellende strook trek ik mijn stoute schoenen aan en lichtjes geïnspireerd door de solo’s van Tadej Pogacar laat ik hen achter. Met nog ongeveer zestig kilometer op de teller, rij ik moederziel alleen door de bossen, maar dan duikt er plots een mikpunt op aan de horizon. Nog een eenzame fietser! Op vlakke stroken win ik weinig terrein, maar wanneer het bergop gaat, sluip ik telkens een beetje dichter. Laat dit dan ook net een gedeelte van het parcours zijn waarin de hoogtemeters zich vlotjes opstapelen. Verschillende pittige stroken volgen elkaar op zo’n vijftig kilometer van de meet genadeloos op. Wat blijkt? De eenzame fietser is een andere Belg. Jakob Lorré, zaakvoerder van Cyclowax, is hier om content te maken met ‘zijn’ atleten – o.a. het GvA Gold-team, Lawrence Naesen en het Classified x Rose gravelteam fietsen met gewaxte kettingen – en ook hij wou vandaag ondergedompeld worden in het geweld van een echte gravelrace.

(Lees verder onder de foto)

Jakob heeft haast alle jus uit de benen geperst en heeft hij het vooral op hellende stroken knap lastig. Gelukkig volgt al gauw een vlakker deel van de route, tussen open weilanden en tarwevelden. Daar neem ik hem mee op sleeptouw in mijn wiel. Hij kan even recupereren en vindt dan de panache om mee te blijven knallen. Sterk! Ik wil graag finishen met een moyenne van minstens dertig per uur, dus er moet nog stevig doorgereden worden. Ik kruis de vingers dat er hier of daar toch nog enkele goeie mannen uit de achtergrond zullen opduiken waar we ons wagonnetje kunnen aanhangen en als door God gezonden hoor ik plots het geratel van enkele vrijwielen achter ons. Een viertal heeft ons bijgehaald en snelt Jakob en mij redelijk fors voorbij. Dit is onze kans om onze aankomsttijd nog wat scherper te zetten. Maar met nog een uurtje te gaan en door het kopwerk van de voorbije kilometers, voel ik dat ook mijn tank stilaan leeg is. Ieder stukje bergop – en zo zitten er in de slotfase nogal wat – snijdt als een mes door mijn spieren. Ironisch genoeg is het nu Jakob die op vlakke stukken geregeld de kop neemt en ons even in het wiel van de wat snellere Finnen kan houden. Maar na enkele kilometers volharden, geven we het op.

(Lees verder onder de foto’s)

Met nog tien kilometer te gaan, mag je ons gerust in de grote dierenencyclopedie classificeren onder ‘stervende zwanen’. De vele knikken die het parcours nog maakt in de slotfase naar boven ‘poweren’ zit er echt niet meer in. Onze gewaxte kettingen – ook ik ben na veel vijven en zessen voor hete was gezwicht – zoeken steeds vaker het grootste kroontje van de cassettes op. In de verkenning gisteren bleek al dat de iets meer technische laatste kilometers niet te onderschatten zijn. Toch bleek de achtbaan van singletracks over de cross country skipistes rond Pajulahti bij de grote jongens niet selectief genoeg. Een kopgroep van tien man bleef samen tot de finish, waar de sprint nog werd ontsierd door een valpartij van de Zwitser Jan Stöckli die voor het Tudor-gravelteam rijdt. De niet zo heel bekende Duitser Frederik Rassman wint, Romain Bardet en Lawrence Naesen stranden in zijn wiel.

(Lees verder onder de foto’s)

Maar goed, dat hoor ik natuurlijk allemaal pas achteraf. De profs zijn al een klein uurtje binnen wanneer ik in de laatste hectometers mijn tanden nog stukbijt op een oudere Spanjaard die een tijdlang bij Jakob en mezelf in de wielen had gehangen en op het einde toch nog ietwat geniepig was weggesprongen. Maar het neemt niet weg dat ik met een enorm gelukzalig gevoel onder de BMC-boog aan de aankomst rij. Tien seconden later bolt ook Jacob over de meet. We beleven een momentje van gedeeld geluk, trots op onze bescheiden prestatie. Over een afstand van 175 kilometer en met bijna 2000 hoogtemeters een gemiddelde van 30,5 kilometer laten noteren, is iets waarvoor we vooraf beiden hadden getekend. Ik ben op, stikkapot, plakkerig van het zweet en het stof, mijn nek is verkrampt, mijn benen wegen honderd kilo en mijn kont kan wel een hele tube babyzalf gebruiken. En toch voel ik me geweldig.

(Lees verder onder de foto)

Na de aankomst is het eindelijk tijd om te doen waar ik al sinds kilometer 120 naar uitkijk: in de sauna springen. Die zit vol mannen die vandaag ook de gravelkoers van de vallende bladeren hebben gereden. Oorlogsverhalen worden uitgewisseld terwijl er kwistig pollepels met water over de gloeiend hete stenen worden gegooid. Ik vraag me af wat lastiger zou zijn: koersen tegen Finnen of een wedstrijdje saunazitten?

Wanneer ik na een potje zweten voor gevorderden in het frisse water van het meer in Pajulahti duik, terwijl de zon haar laatste licht over de dennenbomen laat schijnen, krijg ik weer zo’n dopamineshot en besef ik ten volle dat ik in Finland een hernieuwde goesting vond om dit toch vaker te gaan doen. Koersen op grind. De competitie met anderen, maar vooral ook met mezelf opzoeken. Ik zal me allicht nooit op mijn gemak voelen in de chaos van de beginfase van een race. Maar zoals hier in Lahti uiteindelijk met een groepje mannen samenwerken, het tempo onderhouden en op het einde vechten voor een plaatsje: het proeft toch weer naar meer. Misschien doe ik het wel: volgend jaar of misschien in 2027 nog eens terugkomen, wanneer in deze race gebikkeld wordt voor een Europese trui in het gravelgebeuren.

(Lees verder onder de foto)

Neem in 2026 deel aan Falling Leaves Lahti of de Nordic Gravel Camps

Je leest het: gravel in Finland heeft nogal een verslavend effect. Eens je er bent geweest en je van de rust, van de oneindige natuur en van de allerbeste gravelwegen in Europa hebt geproefd, dan wil je ieder jaar zo’n Finse kuur. De races zijn goed georganiseerd, de parcoursen zijn prachtig en de koersen zijn geen enorme overrompeling zoals dat in België of Nederland vaak wel het geval is. Greg van Avermaet, Lawrence Naesen en tal van andere gravelracers zijn overtuigd. En jij?

Ben jij ook klaar om het Scandinaviëvirus te pakken te krijgen? Schrijf je dan in voor Falling Leaves Lahti op 12 september 2026. Of doe zoals ik en brei er in de dagen voordien ook het Falling Leaves Lahti Gravelking Gravel Camp aan vast. Dat is de ideale manier om je enkele dagen te laten onderdompelen in al het moois dat dit land te bieden heeft. Bovendien maken de eerste 150 inschrijvers kans op een gratis driedaags Gravel Camp.

PS: in 2026 wordt Falling Leaves Lahti een officiële kwalificatiewedstrijd voor het UCI WK Gravel en in 2027 wordt hier het EK Gravel georganiseerd door Nordic Gravel Series en Golazo.

Meer info? Check zeker eens de website van Nordic Gravel Series.

TAGS:
Datum:
Auteur:
Fotograaf:

Lees ook

EK Gravel 2027 wordt georganiseerd in Finland

Het hing al een poosje in de lucht, maar het nieuws is nu officieel bekendgemaakt. De Finse stad Lahti zal op 31 juli en 1 augustus 2027 de UEC European Championships Gravel verwelkomen.

Kwalificeer je tijdens 45 events voor het UCI WK Gravel 2026

De kalender van de UCI Gravel World Series is officieel bekend. Niet enkel wordt Panaracer titelsponsor van de reeks, ze breidt ook komend jaar weer flink uit met 14 events. De teller staat zo op 45 kwalificatiekoersen waaraan je wereldwijd kan deelnemen om je te plaatsen voor het WK Gravel in oktober 2026 in Nannup, Australië.

Gravelen met Greg op Black Friday

Op vrijdag 28 november kan je met Grinta! en Club 9000 een uurtje of 2 gravelen in het gezelschap van Greg Van Avermaet. Aansluitend volgt een interview met Gouden Greg én koopjesavond in Kaffee Allez en All Athletes.